De bouwsector ontwikkelt zich voortdurend en dat vraagt om organisaties die meegaan met de tijd. Prins Bouw hecht niet alleen waarde aan kwaliteit en vakmanschap, maar ook aan een evenwichtige samenstelling van hun personeelsbestand. Met inmiddels elf vrouwen binnen het bedrijf komen er steeds meer vrouwen werken binnen deze traditionele mannenwereld. Willemijn Prins, Triny Bos en Anne van der Meulen laten zien hoe continuïteit, ervaring en vernieuwing binnen het bedrijf hand in hand gaan. “We willen vooral laten zien dat werken in de bouw erg leuk is.”

 

Bij binnenkomst in het hoofdkantoor van Prins Bouw in ’t Harde is de ontvangst hartelijk door de drie vrouwen die ieder een andere generatie en invalshoek binnen het bedrijf vertegenwoordigen. Willemijn is mede-eigenaar van het familiebedrijf en is daarmee de eerste vrouw in honderd jaar die aandelen heeft. Met trots, maar ook met een nuchtere blik, vertelt ze hoe zij probeert voort te bouwen op het stevige fundament dat eerdere generaties hebben gelegd. Triny, die inmiddels 48 jaar bij Prins Bouw werkt, kent het bedrijf door en door. Ze heeft de organisatie zien groeien van een traditioneel familiebedrijf tot een moderne onderneming. Na verschillende functies te hebben bekleed, werkt ze inmiddels al vele jaren als administratief medewerkster. ‘Ik heb het bedrijf zien veranderen, maar één ding is altijd hetzelfde gebleven: de betrokkenheid en het familiegevoel”, vertelt ze. Anne is werkvoorbereider en vertegenwoordigt de jongste generatie vrouwen binnen Prins Bouw. Ze brengt een frisse, moderne kijk op de dagelijkse werkzaamheden en processen. Anne combineert haar technische kennis met oog voor samenwerking en efficiëntie.

Fundament

Wanneer ter sprake komt dat zij als eerste vrouw binnen de familie een actieve rol vervult, lacht Willemijn. “De vrouwen van de vorige generaties Prins droegen op de achtergrond hun steentje bij. Mijn moeder heeft ook verschillende rollen gehad binnen Prins Bouw, maar zij is aangetrouwd. Ik ben de eerste Prins vrouw die als mede-eigenaar actief betrokken is.” Tegelijkertijd legt zij de nadruk op het feit dat het geslacht geen bepalende factor mag zijn voor kansen binnen het bedrijf. “Het gaat om talent en motivatie. Iedereen moet de kans krijgen om het beste uit zichzelf te halen, ongeacht achtergrond of geslacht.” Volgens haar is diversiteit juist een kracht: verschillende perspectieven zorgen voor betere samenwerking en innovatie.

Triny herinnert zich haar beginperiode bij Prins Bouw, waarin zij uitsluitend mannelijke collega’s had. “Het werk was fysiek zwaar en de werkomgeving was traditioneel ingericht. Tegenwoordig maken moderne hulpmiddelen en gereedschappen het werk beter uitvoerbaar voor iedereen.” In de loop der jaren zijn de teams binnen Prins Bouw steeds diverser geworden wat Triny alleen maar toejuicht. “Vrouwen brengen andere ideeën en energie binnen de organisatie.” Met een glimlach voegt ze toe: “Mannen moeten soms even wennen, maar een grapje breekt vaak snel het ijs.” Voor Anne was het al snel duidelijk dat ze in de bouwsector wilde gaan werken. “In eerste instantie wilde ik architect worden, maar dat bleek niet goed bij mij te passen. Ik ben daarom bouwkunde gaan studeren en werk sinds ik klaar ben met mijn opleiding met veel plezier bij Prins Bouw.” In haar rol als werkvoorbereider plant ze de werkzaamheden, berekent het benodigde materiaal en bewaakt ze de processen. “Het mooiste aan mijn werk is het tastbare resultaat: je creëert iets waar mensen daadwerkelijk in gaan wonen of werken. Dat geeft een groot gevoel van voldoening en trots.”

R0lmodel

Volgens Willemijn begint de interesse voor techniek vaak al op jonge leeftijd. “Vaak mogen jongens vieze handen krijgen en experimenteren en wordt dit bij meisjes niet toegejuicht. Op latere leeftijd ligt een baan in de bouwsector of techniek dan ook minder voor de hand voor vrouwen. Gelukkig zien we hierin langzaamaan verandering komen, maar het mag wat mij betreft nog sneller gaan.” Anne ziet hierin een parallel met haar eigen ervaring als speler van Vrouwen 1 van VSCO’61. “In het begin is het allemaal nieuw en wordt er vaak lacherig gereageerd op vrouwenvoetbal, maar na verloop van tijd wordt het vanzelfsprekend en is het volledig geaccepteerd en erkend. Dat geldt zowel in de sport als in onze sector.”

De drie vrouwen zijn het er unaniem over eens dat het erg leuk is om in de bouwsector te werken. Ook ervaren ze de waarde die vrouwen toevoegen aan het bedrijf. “Een organisatie functioneert het beste wanneer er een goede balans is”, legt Willemijn uit. Triny voegt toe dat diversiteit binnen de teams niet alleen bijdraagt aan creativiteit en innovatie, maar ook aan een goede werksfeer. Anne sluit zich hierbij aan en stelt dat zichtbare rolmodellen voor jonge vrouwen een belangrijke inspiratiebron zijn. “Elke vrouw die nu kiest voor de bouw, maakt het makkelijker voor de volgende.” Bij Prins Bouw ontstaat de balans binnen teams niet door quota of formeel beleid, maar door het plaatsen van de juiste mensen op de juiste positie.

Artikel: VSCO Businessmagazine

 

Bouwverhalen